Toerisme 10 | Edwin Fagel

*

De zee is soms grijs, soms groen, soms blauw. De verschillende manieren waarop je ‘bonjour’ kunt zeggen; zoals het telkens hetzelfde en telkens iets anders betekent.

*

De zee is als onderwerp verdwenen uit de beeldende kunst, volgens mij. Zoals het licht is verdwenen uit de poëzie.

*

Wat zocht Turner, toen hij het licht boven de zee schilderde? Wat zocht Monet bij het schilderen van de weerspiegeling, de echo van de wilgen in de vijver van zijn tuin? Wat zocht Courbet?

*

Het eist gezegd te worden, door degene die zich ‘ik’ noemt. In een hier en in een nu dat door dezelfde ‘ik’ wordt bepaald. Het eist een verlangen te zijn. De gebeurtenis zoekt het subject, een luik in de taal naar de werkelijkheid.

 

aporeia10

Toerisme 9 | Gilles Boeuf

In 1959 schreef Paul Celan het Gesprek in de bergen.

Twee mannen wandelen in de bergen en hebben een gesprek met elkaar. Paul Celan schreef later over deze proza tekst dat het de weg beschrijft en de omwegen van ‘mij’ naar ‘mij’. Dat is het onderwerp tussen deze mannen: een weg van het ‘men’ naar het ‘ik’ in de taal. Celan schreef in een andere tekst dat ieder gedicht deze omweg van ‘mij’ naar ‘mij’ is.
In het Gesprek in de bergen zegt de ene man tegen de andere:
‘Je zou kunnen zeggen maar dat moet je niet doen, dat het de taal is die hier gesproken wordt, het groen met het wit erin, een taal niet voor jou en niet voor mij.’
Ik ben geïntrigeerd door ‘een taal niet voor jou en niet voor mij’. Celan noemt het zwijgen van het landschap ook een taal.
Ieder gedicht is voor mij een ontdekking van de relatie tussen de taal van het landschap en het ‘ik’ dat steeds andere omwegen voltrekt om weer bij ‘ik’ te komen. Ik vraag mij af of het landschap juist datgene is dat die voltrekking dimensies geeft, een oriëntatie. Ook een ander komt op je toe vanuit een richting. Wanneer ik hier in de verte een ander de berg af zie dalen, zie ik tegelijkertijd de kracht van de omringende rotsen.toesime9

TOERISME 8 | Edwin Fagel

*

In Reves Moeder en Zoon mis ik de theologie, in Wimans Mijn heldere afgrond de erotiek. De vraag is of deze twee wel zijn te verenigen. Mij gaat het om wat Nietzsche het Dionysisch bewustzijn noemde. Je kunt je afvragen of het streven naar de extatische, Dionysische ervaring niet eenvoudigweg het streven naar genot is, en de mystiek de schaamlap die dat streven een diepere betekenis moet geven.

In navolging van Plato maakt Roger Scruton in zijn BBC-docu over schoonheid (ik zag hem gisteravond op Youtube), een onderscheid tussen liefde en lust: liefde is gevend, lust is nemend. Ter illustratie werd een close up van Botticelli’s Geboorte van Venus getoond, volgens mij juist een schilderij dat uitdrukt dat de schoonheid zowel liefde als lust oproept. Scrutons formule lijkt me wat te simpel: liefde is ook nemend, lust is ook gevend.

In dezelfde documentaire wordt een interviewfragment met Tracey Emin getoond, waarin ze over haar The Bed zegt dat het kunst is ‘because I say it is’. In de context van de documentaire is dat een beetje flauw provocatief, zelfs arrogant en dom. Maar doe ik niet hetzelfde? Of de vrouwfiguur in mijn werk nu ‘god’ of ‘goddelijk’ is: hoe dan ook ben ik de enige die haar die kwaliteiten toedicht. De hele (mystieke) literatuur wemelt van dit soort ‘goddelijke’ figuren, ficties die een hogere waarheid vertegenwoordigen. Zij is goddelijk ‘because I say She is’.

*

[…]

Be thou then, O thou dear

Mother, my atmosphere;

My happier world, wherein

To wend and meet no sin;

Above me, round me lie

Fronting my forward eye

With sweet and scarless sky;

Stir in my ears. Speak there

Of God’s love, o live air,

Of patience, penance, prayer:

World-mothering air, air wild,

Wound with thee, in thee isled,

Fold home, fast fold thy child.

 

(Uit: Gerard Manley Hopkins, ‘The blessed Virgin compared to the air we breathe’)

 

aporeia8

TOERISME 7: Gilles Boeuf

zie je het dier in het water? ik zag eens een hond in het water. ik zie nog steeds een hond in het water; ik praat graag tegen slapende mensen.
als je slaapt kun je dichtbij honden zijn. jij vertelde eens een droom waarin je vloeiend sanskriet schreef. je zat rechtop toen ik je zag-blauwe armen voor je uit. je zocht een pen want alles wist je nu.
soms kan ik dichtbij een rots zijn. ik lag ooit met jou in een duinpan. het was een geboorte, de geboorte van de bomen in mij en het zand in mij. dichtbij door de zon in de verte, door jouw ogen in de verte.

 

aporeia7

TOERISME 6 | Edwin Fagel

*

Die kraaien daar boven het korenveld kennen hun klassieken.

*

In Amiens, op de weg hier naartoe, klom een man met ontbloot bovenlijf naar het standbeeld van een vrouw. Eenmaal tegenover haar drukte hij zijn onderlijf tegen haar bekken. Daarna boog hij zich voorover en stak zijn tong in haar half geopende bronzen mond.

[het geloof in kunst als iets dat leeft = een liefde = een waanzin = een schending = een schande]

*

diep in je onvruchtbare schoot wordt het zaad geplant// ik ben voor jou en jij/ voor mij een vreemdeling// je zegt dat je me niet kent/ je zegt dat je me niet kent/je zegt dat je me niet kent//op jou bouw ik mijn koninkrijk

 

aporeia6-1

 

 

TOERISME 5 | Gilles Boeuf

Al om 7 uur ’s morgens zit ik voor de berghut om naar de bomen te kijken. De bomen vlak voor mij, net iets lager gelegen. Soms zie ik in de verte, hoog boven de bomen bij de steile rotswanden een roofvogel zweven.
Roofvogels geven altijd het gevoel van extreme verte. Niet alleen door de letterlijke afstand maar meer nog door hun jacht.
Het verschil tussen ‘hier’ waar ik zit en ‘daar’ waar in de verte een totaal ander leven zichtbaar is- een vreemde gewaarwording. Een kloof doemt op maar dan wel een kloof die je kunt ervaren. Je bent hier en niet daar, maar je hoort de schrille en monotone roep van de vogel.

 

berg (1 of 1).jpeg

TOERISME 4 | Edwin Fagel

*
Een afbeelding van een afbeelding maken. Ervoor zorgen dat ik niet in de afbeelding spiegel. Toch spiegelen in de afbeelding.

*
Veel antennes hier hebben de vorm van een pijl. Die vorm suggereert op zichzelf al de aanwezigheid van iets of iemand waar naar wordt gewezen. En de noodzaak van dat wijzen.

*
De hoogte lijkt een diepte, daar zweven witte meeuwen in rond. Ik probeer aan de rand van het zwembad net zo lang te doen alsof ik slaap tot ik slaap. Naast me zegt iemand iets in onverstaanbaar Frans. Iemand antwoordt: ‘hm?’ en de onverstaanbare zin herhaalt zich. Suzanne, met haar zwangere buik, stapt het zwembad in. Ik open mijn ogen bij het geluid van water.

aporeia4

TOERISME 2 | Edwin Fagel

*
Een gelui, een geluid dat over het water onze kant opwaait & dat later nog eens klinkt.

*
In Erguy twee vuurtorens naast elkaar, als een soort optische echo, een vervormde herhaling. Alsof ze uit elkaar voortkomen. Alsof de vuurtoren zich, als zijn eigen licht, herhaalt. De herhaling is nooit exact, dus telkens nieuw.

*
Heft licht zich op als je het met licht vermenigvuldigt? Of vermeerdert het zich alleen maar? Dat komt op hetzelfde neer. Een zich vermenigvuldigend geluid wordt ruis, ruis is een vorm van stilte.

 

aporeia1

TOERISME I | Gilles Boeuf

Bij aankomst in C. direct de omgeving van de hut verkend. Er is een afgesloten bospad achter het huis, te overwoekerd om nog te ontdekken. Het huis zelf heeft een klein raam met uitzicht, er hangt een lampje boven de tafel onder dat raam. Het uitzicht op de bergen aan de andere kant van het dal is overweldigend, magisch en ondoordringbaar. Nergens anders dan in de bergen voel je neem ik aan hoezeer alles niet tot jou spreekt of in ieder geval niet tot je beschikking is.

 

toerisme_I_Gilles