Toerisme 17 | Gilles Boeuf

Al vaak heb ik gedacht: de bomen zullen ons overwoekeren. Dus wacht ik.

Er word gesproken over het groen in de stad, over de opwarming van de aarde. Ik denk: etcetera, we zijn er nog lang niet. Als ik dood ben en mijn lichaam voedsel voor de aarde wordt en al die dagen dat ik moe ben. Dan denk ik weer aan jou. Na jou is er maar één iemand gekomen die familie is geworden. De rest, wolken gevuld met regen, prachtige regen soms.

Jij bent al lang dood en waar je graf is, is uitzicht. Uitzicht op een heuvel, op bomen in de verte, net als bij het zomerhuis waar je graag was. Waar ik ook kwam en verwacht werd. Met afstandelijkheid. De afstandelijkheid van steeds hetzelfde landschap; de vijver met de bomen voor het huis, de wei met schapen, de oude schuur. En jij die in de moestuin stond en je hond dichtbij.

 

self-(1-of-1)-kopie-2-2

 

Toerisme 16 | Edwin Fagel

wa waad water wat is dit ik in dit leef leeg lachende la la later ben ik vader leef ik later na het einde nog in ei het ei het einde druipt het einde zoogt en o en oog en o en schoon is o schoonheid is wee en het beweegt en de bewegingen zijn animaal zijn allemaal  o alle taal is animaal en machinaal is geen is geen zin is geenszins taal taalt naar gene zij en gaat de ene ruimte uit de andere ruimte in maakt ruimte in de andere ruimte uit de ene ruimte in pa in papa in paradisum deducant te angeli

aporeia 16

 

Toerisme 15 | Gilles Boeuf

Het is alsof ik hier altijd gelegen heb. Op deze open plek met de sneeuw onder mij. Met gesloten ogen luister ik naar een sneeuwschuiver in de verte. Ik probeer te ontdekken bij welke weg het geluid hoort. Ik voel de aanwezigheid van de bomen om mij heen. De bomen die hun plaats hebben en ik die hier lig. De zon is steeds minder warm en tussen de sneeuwschuiver en mij is een zee van ruimte.

toerisme15